Gerry Vervoort (Dierbaar Design):

De ontwerper die zijn leven wijdt aan het bewaken van modernistische iconen

Docent Stefan Van Ouytsel in gesprek met Gerry Vervoort – leestijd 5 min.

Bijna vijfentwintig jaar geleden (2001) studeerde Gerry Vervoort af als interieurvormgever en meubelontwerper aan ID&A. Tijdens die opleiding ontdekte hij een liefde die zijn hele carrière zou bepalen: het modernistische meubel. De vonk ontstond tijdens de lessen meubelgeschiedenis van docente Ilze Qaeyhaegens, die haar studenten geregeld naar buiten stuurde met de boodschap: “Ga kijken, voelen, proeven… want een dia zegt niets.”

Die oproep maakte indruk. Gerry en zijn medestudenten trokken er zoveel mogelijk op uit. Je ervaart een ruimte pas wanneer je erin staat, en het comfort van een stoel pas wanneer je erin zit. Dat simpele inzicht groeide uit tot een levenslange fascinatie: hoe zijn iconische meubels gemaakt, waarom voelen ze zoals ze voelen, en welke verhalen dragen ze mee?

website: Dierbaar Design

Ontleding van Eames Loungechairs.

Van student tot restaurator van wereldklasse

“Van het een kwam het ander,” vertelt Gerry. “Meubels die nergens meer in het openbaar te zien waren, kocht ik op. Destijds was dat nog betaalbaar. Soms was zo’n stuk beschadigd en moest het hersteld worden. Je zoekt mensen die dat kunnen… en door hen bezig te zien, denk je al snel: dat kan ik misschien ook.”

Het begon met kleine, cosmetische ingrepen. Daarna volgden structurele reparaties, volledige ontmantelingen, grondige reconstructies. En voor hij het goed en wel besefte, was hij een kwart eeuw verder en officiële restaurateur voor Vitra en Herman Miller.

“Alles wat ik kan, is het resultaat van opleidingen, eindeloos opzoekingswerk en jaren van geduldig uitproberen.”

Hoewel hij het zelf bescheiden verwoordt, is Dierbaar Design vandaag een referentie in de conservatie en restauratie van modernistisch meubilair. Het is een niche met amper enkele specialisten wereldwijd; Gerry houdt contact met concullega’s in Hawaï en het Verenigd Koninkrijk, maar veel kennis moest hij zelf verwerven.
“Alles wat ik kan,” zegt hij, “is het resultaat van opleidingen, eindeloos opzoekingswerk en jaren van geduldig uitproberen.”

“Vanop afstand lijken oude en nieuwe versies identiek. Maar de oren zijn vandaag veel vlakker gemaakt zodat het leder niet meer hoeft te weken om vervormd te kunnen worden.”

The Egg chair van Arne Jacobsen

Meubelgeschiedenis in lagen en iteraties

Wat Gerry vooral intrigeert: iconische meubelen bestaan nooit in één versie. Ze ondergingen tijdens hun productieperiode talloze iteraties: functioneel, technisch, economisch.

De grootste wijzigingen gebeuren vaak pas ná het overlijden van de ontwerper. Nabestaanden worden verleid door hogere commissies als ze productievere vereenvoudigingen toestaan. Het resultaat? Meubels die voor het oog identiek lijken, maar in realiteit anders functioneren.

Een bekend voorbeeld is de Egg Chair van Arne Jacobsen.
“Vanop afstand lijken oude en nieuwe versies identiek,” legt Gerry uit. “Maar de oren zijn vandaag veel vlakker gemaakt zodat het leder niet meer hoeft te weken om vervormd te kunnen worden. Dat is efficiënter, maar je voelt meteen dat het intieme cocongevoel van de oorspronkelijke stoel verdwenen is.”

Vaak weet de fabrikant die verschillen zelf niet meer. De vroegste iteraties zijn slecht gedocumenteerd, waardoor diepgaande kennis verloren dreigt te gaan tenzij mensen zoals Gerry ze herontdekken.

Onderzoek als tweede natuur

Die kennis komt niet enkel uit boeken, maar uit het fysiek ontleden van honderden meubelstukken.

Recent bezocht Gerry Vitra’s privé collectie van Rolf Fehlbaum in Weil am Rhein. Er ontstond een discussie over de eerste versie van een meubelstuk.
“Ik was zeker dat die ontbrak in het museum. Later bleek dat ik gelijk had,” zegt hij met een lach. “We weten soms meer over de geschiedenis van een meubel dan de producent zelf.”

Dat maakt het vak boeiend, maar ook complex. Veel moet hij nog steeds zelf onderzoeken.

Kingsize of Queensize?
Poul Kjærholm PK80 & PK80a (beide EKC) .

Dierbaar Design werkt zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke technieken, maar niet alles kán nog exact zoals vroeger.

Originele Eames Seafoam schommelstoel 1954-1955

Klassiek vakmanschap én moderne technologie

Dierbaar Design werkt zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke technieken, maar niet alles kán nog exact zoals vroeger. Veel methodes waren nooit gedocumenteerd, of werden in verschillende regio’s anders toegepast. Soms zijn materialen verdwenen of vervangen door minderwaardige alternatieven.

Een voorbeeld: dierenlijmen zoals beenderlijm maakten ooit plaats voor synthetische lijmen.
“Die nieuwe lijmen zijn handig voor massaproductie,” zegt Gerry, “maar op sommige punten zijn de oude lijmen superieur.”

Het atelier werkt hoofdzakelijk met handwerk en klassieke machines, aangevuld met een CNC-freesmachine wanneer precisie cruciaal is. Technologie is geen doel op zich, maar is soms een hulpmiddel. Zo kwam een 3D scanner goed van pas om een een probleem te onderzoeken met de huidige productie van houten vormdelen met een ontwerp van Maarten Van Severen. Door stoelen uit oudere producties te scannen en 3D-modellen over elkaar te leggen konden de verschillen ontdekt worden en konden nieuwe mallen gemaakt worden op basis van het 3D model van de beste iteratie.

Erfgoed ontstaat niet vanzelf, het ontstaat doordat iemand het de moeite waard vindt om te bewaren.

Een vak dat tijd vraagt en tijd verdient

Dierbaar Design bestaat intussen uit een team van een tiental specialisten. Gerry mag dan het gezicht zijn, hij benadrukt dat de expertise breed gedragen wordt.
“Onze ambitie is om onze kennis te delen. We werken aan gedetailleerde dossiers van iconische meubelen, zodat ons onderzoek niet verloren gaat.”

Tegelijk merkt hij dat opvolging moeilijk te vinden is.
“Veel mensen denken dat je dit vak op weekends kan leren. Maar zelfs jaren zijn niet genoeg. Dit vraagt geduld, ervaring, handigheid, faalplezier.”

Zijn er nog nieuwe iconen mogelijk?

Met zoveel geschiedenis op zijn tafel dringt een vraag zich op: zijn we nog in staat om echte iconische meubelen te maken?

“Meubelen zijn al honderd jaar hetzelfde,” zegt Gerry. “Sinds het Bauhaus is er weinig écht nieuws ontstaan. Ik zou graag eens verrast worden door iemand die met iets volledig vernieuwends komt.”

Zelf voelt hij geen drang om als ontwerper naam te maken.
“Daar is ijdelheid voor nodig,” lacht hij. “Wij zijn juist gelukkig als niemand ziet dat we aan een stuk gewerkt hebben. De voldoening zit in het resultaat, niet in de erkenning.”

Emotie als kompas

Toch komen emoties soms vanzelf. Cliënten reageren geregeld ontroerd wanneer ze een gerestaureerd meubelstuk terugzien.
Zo was er de vrouw die enkel nog één stoel van haar overleden vader had. Ze wist dat die ooit opnieuw was bekleed, maar herinnerde zich niet meer hoe de originele bekleding eruitzag.
Door nauwkeurig onderzoek en ontleding kon Dierbaar Design de oorspronkelijke afwerking reconstrueren.
“Toen ze de stoel terugzag, kwamen alle herinneringen terug. Ze barstte in tranen uit, van geluk. Dat blijft bijzonder.”

Een uitgebreide en volledige restauratie van een Knoll Australia zitmeubel samen met een professioneel team.

Gerry’s advies voor studenten en jonge alumni

Blijf nieuwsgierig.
Ga kijken, voelen, ontdekken. Over de schutting kijken loont: een opleiding carrosserie, een gesprek met een vakman, een onverwacht museumbezoek, alles voedt je materiaalgevoel.

Onderhoud je netwerk.
Je medestudenten komen overal terecht. En vroeg of laat kruisen die wegen zich opnieuw. Alumni-avond Keer e Keer Were is er exact om die verbinding levend te houden.

Tot Slot:

Waarom het werk van Dierbaar Design vandaag relevanter is dan ooit

Gerry’s verhaal leert ons dat design niet alleen draait om creëren, maar ook om bewaken: van kennis, van materiaalgevoel, van geschiedenis en van kwaliteit die langer meegaat dan één generatie.

In een tijd waarin meubels steeds vaker wegwerpproducten zijn, toont hij dat een stoel meer kan zijn dan een object: het kan een drager van herinneringen zijn, een stukje cultuur, een bewijs dat goed ontwerp nooit veroudert.

En misschien is dat wel de kernboodschap voor een nieuwe generatie ontwerpers: erfgoed ontstaat niet vanzelf, het ontstaat doordat iemand het de moeite waard vindt om te bewaren.

Enkele restauraties: een originele JOE-zetel van De Pas, D’Urbino en Lomazzo originele bekleding in vintage leer – een bordeauxrode loungezetel van Eames uitgevoerd in leer en palissanderhout – Eames fauteuil preproductie LCW in Riorosewood

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van ID&A of laat je inspireren door ons stoefboek.

Privacy Preference Center