Thomas John: van gedreven TA student tot gepassioneerd BIM modelleur.

Docent Gerda Van Wijck gaat op stap – leestijd 5 min.

In Putte vind je Verelst, een bekend bedrijf in industriebouw. Het terrein verraadt meteen die industriële sfeer: containers, tijdelijke units en een bedrijvige werf. Want achter de schermen is het bedrijf volop aan het verbouwen. Tegen het einde van dit jaar verhuist Verelst naar een gloednieuw gebouw, waar alle medewerkers voor het eerst samen zullen werken onder één dak.

Thomas John, oud-TA-student van het afstudeerjaar 2021, ontvangt me daar met een brede glimlach. Sympathiek, open en duidelijk trots op zijn werkplek neemt hij me mee in zijn verhaal.

Gerda: “Hoe ben je eigenlijk bij Toegepaste Architectuur terecht gekomen?”
Thomas: “Dat is een grappig verhaal. Na het middelbaar ben ik eerst kinesitherapie gaan studeren. Heel iets anders dus. Ik wilde graag mensen helpen, maar ik merkte al snel dat die studierichting niet mijn ding was. Na twee maanden heb ik me uitgeschreven. Daarna heb ik een soort half sabbatjaar genomen: wat gewerkt, maar vooral veel nagedacht over wat ik écht wilde doen.
En toen dacht ik terug aan mijn kindertijd, aan wat ik altijd graag deed: tekenen, en vooral perspectieftekenen. Net op dat moment zag ik dat Thomas More een nieuwe richting in Mechelen opstartte.”

Gerda: “Ah, dus jij zat bij de allereerste lichting?”
Thomas: “Klopt, ik was één van de proefkonijnen. Onze docenten noemden ons soms zo. Ik vond het wel amusant.”

Gerda: “Merkten jullie dat jullie de eersten waren?”
Thomas: “Eigenlijk niet zo hard. Alleen als we spraken met studenten uit het jaar na ons, zagen we dat er wat aanpassingen waren gebeurd. Wij moesten hier en daar wat flexibeler zijn, zeker ook door Covid, maar al bij al was het een overzichtelijk en haalbaar leertraject.”

website: https://www.verelst.be/bouw

 

Een ander vak dat eruit sprong was Bouwtechnologie, gegeven door Marc Vandebroek en Stefan De Feyter.

De richting Toegepaste Architectuur paste wél helemaal bij mij.

 

Gerda: “Maar dat tekenen van kleine Thomas… dit is toch best technisch. Hoe kwam je dan bij TA terecht, wat sprak je aan?”
Thomas: “Er was toen een infomoment, denk ik. De richting is inderdaad technisch gericht, en dat sprak me net aan. Ik was vroeger meer technisch ingesteld dan puur creatief. Ik tekende graag, maar ik vond het ook boeiend om dingen uit te pluizen en te begrijpen hoe ze in elkaar zitten.”

Gerda: “Heb je er dan nooit aan gedacht om architectuur of ingenieur te gaan studeren?”
Thomas: “Ingenieur sprak me minder aan, dat was veel meer wiskunde en rekenen. Daar was ik gewoon niet zo sterk in. Architectuur zelf trok me ook minder aan. Maar de richting Toegepaste Architectuur paste wél helemaal bij mij.”

Gerda: Welke specifieke vakken van je opleiding TA zijn je bijgebleven?
Thomas: “Projectatelier vond ik sowieso erg interessant, omdat er zoveel variatie in zat. Eén van de eerste opdrachten was het maken van een maquette: een woning van 40 m² voor twee personen. Je moest compact en efficiënt leren ontwerpen, en nadenken over technische vragen zoals: wat is de kleinste oppervlakte die je voor een badkamer nodig hebt? Hoe kan je ruimtes opdelen zonder muren, bijvoorbeeld met kasten? Het maken van die maquette in maquettekarton was voor mij een eerste ervaring, en dat vond ik heel leuk.

Een ander vak dat eruit sprong was Bouwtechnologie, gegeven door Marc Vandebroek en Stefan De Feyter. Dat was hét vak over bouwtechnieken, van metselwerk tot industriebouw. Ze legden dat enorm boeiend uit en namen echt de tijd om vragen te beantwoorden. Ook de examens waren interessant: je moest detailschetsen maken. Je kreeg bijvoorbeeld een foto van een gebouw en de vraag: teken hoe de fundering hier is opgebouwd, of hoe een verdiepingsvloer aansluit op een buitenmuur. Zulke knooppunten tekenen, dat vond ik geweldig om te doen.”

Niet alleen beschrijven maar ook een mening vormen.

Gerda: “En kreeg je daar ook feedback op?”
Thomas: “Ja hoor, het waren mondelinge examens. Je ging met je tekening naar de docent, en die keek samen met jou wat goed zat en wat ontbrak. Je werd echt begeleid om zelf te zoeken waar je fout zat. Heel leerrijk.

Nog een vak dat ik erg tof vond, was Portfolio, bij Bart Milon. Zijn stijl van lesgeven was heel relaxed en laid-back. Hij liet ons veel vrijheid, maar was er meteen voor ons als we vragen hadden. Het vak ging niet alleen over het maken van een portfolio, maar ook over jezelf presenteren en je werk leren verkopen. Er zaten inspirerende opdrachten in: lezingen rond duurzaamheid volgen, Winterieur-avonden bijwonen, boeken lezen over persoonlijke groei of over duurzame materialen… Veel van die dingen zijn me bijgebleven. Het gaf echt stimulans. Bart legde ook de nadruk op reflectie: niet alleen beschrijven wat er gebeurt, maar ook je eigen mening vormen. Dat was een heel waardevolle les.”

Gerda: “Leerde je tijdens de opleiding ook hoe je het beste uit jezelf kan halen?”
Thomas: “Ja, zeker. Dat merk ik ook hier op het werk. In het begin was het best zoeken om structuur te vinden, want ik werk tegelijk aan verschillende projecten. Dat was in het begin lastig, maar door tips van collega’s en door gewoon dingen uit te proberen, heb ik geleerd hoe ik gestructureerd te werk kan gaan. Op school kwam ik daar iets minder mee in aanraking, omdat we naast projectatelier toch vooral zelfstandig moesten werken. Ik ben iemand die goed alleen kan werken. Maar groepswerken waren dan weer een goede leerschool.

Een van de eerste projecten draaide om presenteren in groepjes. De eerste keer was ik heel controlerend, ik wilde niets uit handen geven. Tijdens de opleiding leerde ik dat loslaten juist werkt. Soms zijn medestudenten veel beter in bepaalde aspecten dan jij, en leren vertrouwen is enorm belangrijk.”

Gerda: “Ja, dat is ook cruciaal in een bureau zoals hier.”
Thomas: “Absoluut. Door samen te werken merk je ook dat ik bijlange niet alle technische skills of inzichten heb. Sommige technische knopen zijn complex of sluiten moeilijk op elkaar aan, en voor sommige problemen bestaan meerdere oplossingen. Welke is dan de beste? Het mooiste, het duurzaamste, het efficiëntste, of het makkelijkst op de werf? Collega’s die al meer dan vijftien jaar ervaring hebben, geven vaak allemaal een ander antwoord. Dat kan verwarrend zijn, maar het is ook ontzettend leerrijk. Er zijn meestal niet één maar meerdere goede oplossingen, en daar leer je enorm veel van.”

Er zijn meestal niet één maar meerdere goede oplossingen, en daar leer je enorm veel van.

Beelden van Industriebouw Verelst (Thomas John)

Bij Verelst mocht ik meteen met Tekla werken.

 

Gerda: “En hoe zat het met je stage?
Thomas: “Die deden we in het derde jaar. Een aantal weken of zeg maar maanden, opgesplitst in twee periodes. Je kon kiezen uit een lijst met stageplaatsen, of zelf een plek voorstellen. Mijn eerste stage liep ik bij een architect in Kapelle, mijn tweede hier bij Verelst. Dat was echt interessant, want zo kon ik goed vergelijken.

Bij dat architectenbureau lag de nadruk vooral op visualisaties, renders en ontwerpen. Heel leerrijk, maar ontwerpen is niet mijn sterkste kant. Je kan daar natuurlijk in groeien, maar ik voelde toch dat de technische kant mij beter lag.

En dan bij Verelst: dat was meteen een schot in de roos. In de eerste weken mocht ik hier al werken met een programma dat we tijdens de opleiding nog niet hadden gezien: Tekla. Daar werk ik nu nog altijd mee. Daarna kreeg ik de kans om zelf al projecten uit te werken onder begeleiding. Ik heb tijdens die stage echt enorm veel bijgeleerd.”

Gerda: “En na je stage stond er ook nog de bachelorproef op het programma?”
Thomas: “Niet meteen. Die stage was eigenlijk gekoppeld aan onze bachelorproef. Tijdens die periode kwamen de docenten of stagebegeleiders een paar keer langs – soms online, soms hier ter plaatse. Ze vroegen hoe het liep, zowel aan ons als aan mensen op de stageplaats. We werden ook apart bevraagd, om zeker te zijn dat alles echt oké was. Bij het architectenbureau, bijvoorbeeld, gaven ze aan dat ik wel héél veel renders aan het maken was, en hebben ze de architect gestimuleerd om me ook wat andere taken te geven. Dat vond ik wel goed: je wordt niet zomaar aan je lot overgelaten. En als bachelorproef moesten we een uitgebreid verslag maken waarin we onze stages analyseerden.”

In de eerste weken mocht ik hier al werken met een programma dat we tijdens de opleiding nog niet hadden gezien: Tekla. Daar werk ik nu nog altijd mee.

Je merkt wel dat dit echt een knelpuntberoep is.

Toegepaste architectuur in dagtraject

Professionele bachelor

Als architectuur je altijd al heeft geïntrigeerd, is de opleiding Toegepaste Architectuur dé perfecte stap voor jou! Tijdens deze opleiding groei je uit tot de schakel tussen opdrachtgever, architecten en aannemers.
De prof. bachelors in de Toegepaste Architectuur zijn veelzijdige bouwprofessionals die bouwprojecten mee helpen verwezenlijken. Ze werken ontwerpen uit met aandacht voor architecturale waardes en maken ze bouwrijp. Steeds met een bewuste ecologische voetafdruk.

Meer info over Toegepaste architectuur

BIM staat voor Building Information Modeling, of in het Nederlands: Bouw Informatie Model. Dit is een methode die wordt gebruikt in de bouwsector om een digitaal 3D-model te creëren van een gebouw of infrastructuurproject, inclusief alle relevante informatie over het project.

En BIM gaat verder dan alleen een 3D-model; het is een proces dat de samenwerking tussen verschillende partijen in de bouwsector optimaliseert door het delen van informatie en het bevorderen van efficiëntie.

Gerda: Kreeg je na die stage meteen een aanbod van Verelst?”
Thomas: “Ja, eigenlijk wel. Tijdens één van de laatste evaluatiegesprekken hier bij Verelst zei ik dat ik het superinteressant vond en dat ik mezelf hier wel zag werken. Toen zijn de gesprekken gestart en kreeg ik een contractvoorstel. Begin juli was alles rond, net voor het bouwverlof. Ik heb daarna nog wat vakantie genomen en in september ben ik hier effectief begonnen. Het ging allemaal heel vlot.
Ook het architectenbureau in Kapelle had me trouwens gevraagd om te blijven. Je merkt wel dat dit echt een knelpuntberoep is.”

Gerda: “De opleiding TA biedt duidelijk veel werkzekerheid. Jij werkt hier intussen al vier jaar. Wat is eigenlijk je functie?”
Thomas: “Mijn titel is BIM-modelleur, vroeger zou je zeggen technisch tekenaar. Ik werk specifiek in de industriebouw. Wij krijgen de plannen van de architect binnen en zetten die om in een BIM-model. Verelst is vooral gespecialiseerd in prefab beton- en staalstructuren, en die werken we in 3D uit met Tekla.

Tijdens dat modelleren bots je vaak al op problemen. Dat is meteen het ontwerpgerichte stuk: wij nemen het ontwerp over, maar stoten geregeld op knopen of moeilijkheden. Dan zoeken we naar oplossingen met de projectleider, werkvoorbereiding, aankoop en verkoop, enzovoort. Proactieve communicatie is hier heel belangrijk.

Als het model op punt staat, sturen we het terug voor goedkeuring. Eens dat in orde is, starten we samen met de ingenieur de uitvoeringsstudie. Dan werken we alles verder in detail uit en maken we de bestellingen klaar: van staal- en betonstructuren tot steendeck en sandwichpanelen. Wij zorgen voor de stuk- en productietekeningen, én de bestelbonnen. Dat is in grote lijnen mijn job.”

Gerda: “Vind je het niet jammer dat je zelf niet vaak op een werf komt?”
Thomas: “Op zich kan dat wel hoor. Als je een werf wil bezoeken, moet je het gewoon aangeven en dan mag je een dag weg van het bureau. Je krijgt zelfs een bedrijfswagen mee. Je leert er enorm veel van, want iets in het echt zien is toch anders dan op plan of model. Maar eerlijk: ik denk er niet altijd aan. De meeste projecten zijn in prefab en gaan redelijk snel vooruit. Tegen de tijd dat ik eraan denk om te gaan kijken, ben ik vaak al bezig met een nieuw project. Tijdens de opleiding bij TA gingen we wel regelmatig op werfbezoek, en dat vond ik toen echt boeiend.”

Gerda: En hoe zit het met circulariteit? Bijvoorbeeld alternatieve materialen in plaats van PUR-schuim?”
Thomas: “Persoonlijk vind ik dat heel belangrijk, ik ben best begaan met het milieu. In de industriebouw is het wel een uitdaging om daar echt rekening mee te houden. Maar doordat Verelst zelf beton en staal produceert in onze eigen ateliers, zijn de transportafstanden korter en dus ook de emissies lager. Dat scheelt toch al.”

Gerda: “Zijn er innovaties rond beton? Minder beton gebruiken of nieuwe technieken?”
Thomas: “Zelf ben ik daar niet rechtstreeks mee bezig, maar er zijn wel collega’s die dat oppikken. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld samengewerkt met een bedrijf dat zich specialiseert in duurzame productie van groenten en fruit.”

Gerda: “Tijdens je opleiding kwam duurzaamheid toch ook al vaak aan bod?”
Thomas: “Absoluut, vooral in het vak Projectatelier. Heel wat opdrachten draaiden rond duurzaamheid. Ik herinner me nog een oefening rond collectief wonen. We werkten in groepjes van vijf aan een groot park met verschillende soorten woningen: rolstoeltoegankelijk, serviceflats, noem maar op. Altijd lag de klemtoon op duurzaamheid, vooral in de materiaalkeuze. Bijvoorbeeld: kalkzandsteen in plaats van baksteen, alternatieve isolatiematerialen in plaats van PUR of XPS, of het gebruik van leem. Je werd echt uitgedaagd om dingen op te zoeken en zelf te ontdekken. Dat vond ik heel leerrijk.”

Gerda: “En bijscholen, volg je daar nog iets van?”
Thomas:Momenteel iets minder, maar ik zou dat zeker wel willen doen. Ik wil me graag verdiepen in het BIM-geheel om verder te groeien richting BIM-coördinatie en BIM-management. Programmeren spreekt mij ook aan.”

Gerda: “Zeker inschrijven op onze nieuwsbrief, er zijn vaak interessante cursussen in onze campus. Heb je nog contact met andere oud-studenten?”
Thomas: “Ja, ik heb een goeie vriend die ook uit TA komt. We zien elkaar regelmatig en spreken elkaar bij. Hij combineert project- en werfleiderswerk en is ondertussen zelfstandig geworden. Het is een heel andere kant van het vak dan wat ik doe, en we leren veel van elkaar door ervaringen uit te wisselen.”

Gerda: “Zitten er hier nog oud-studenten?
Thomas: “Vorig jaar zijn er hier twee studenten stage komen doen. Zo merkte ik dat sommige dingen in de opleiding veranderd zijn, maar de goeie dingen zijn behouden. Toen ik stage liep, zeiden onze mentoren dat we eerst tijd moesten krijgen om met AutoCAD te starten, terwijl wij bij TA meteen met Revit begonnen. Hier op het werk wordt veel met AutoCAD gewerkt en DWG-bestanden zijn de standaard. Ik moest AutoCAD hier aanleren, maar dat ging redelijk vlot.

Wat ik vooral interessant vind, is werken met verschillende programma’s  zoals Revit en Tekla. Zo leer je hoe die programma’s samenwerken, hoe je processen optimaliseert en het model efficiënter opzet. Dat vind ik heel boeiend.”

Gerda: “Ja, dat evolueert allemaal ook heel snel. Maar als je inzicht hebt in IT, kun je daar snel mee aan de slag. Gebruiken jullie ook al AI?”
Thomas: “Dat is nog moeilijk, het wordt momenteel nauwelijks toegepast. Ik denk dat de meeste bedrijven er nog niet mee werken, maar in de toekomst zal dat zeker toenemen. Als je op een bepaald moment standaardprocessen kan omzetten in projecten, kan AI dat misschien volledig overnemen.”

Gerda: “Heel erg bedankt voor je tijd, Thomas, ook voor je enthousiasme!”

Ik loop nog even mee met Thomas naar zijn landschapsbureau, waar drie sympathieke collega’s hem duidelijk in de watten leggen. Hij wordt er zichtbaar gewaardeerd als een jonge, fijne kracht. Bij het afscheid wens ik hem veel succes, zowel professioneel als met zijn trouwplannen binnenkort.

Wat ik opnieuw besef: TA-studenten zijn doorgaans enorm leergierig, oplossingsgericht en kritisch in het afwegen van keuzes. Eigenschappen die niet alleen waardevol zijn in een bureau, maar in de wereld in het algemeen. Misschien zouden we er wel wat meer van mogen hebben.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van ID&A of laat je inspireren door ons stoefboek.

 

Privacy Preference Center