Gesprek met Cuno De Smet – alumnus Toegepaste Architectuur (TA afstudeerjaar 2024)

Bouwen met toekomstvisie: Cuno over duurzaamheid, BIM en natuurinclusief ontwerp.

Docent Gerda Van Wijck in gesprek met Cuno De Smet – leestijd 6 min.

Het bureau Bureau Bouwtechniek kennen ze goed bij Toegepaste Architectuur. Heel wat studenten hebben er al stage gelopen, en sommigen vonden er nadien ook een job. Cuno is daar één van. Vandaag werkt hij er in het team Duurzaamheid, Energie en Comfort (DEC), waar hij zich vooral bezighoudt met energiestudies: energieberekeningen, duurzaamheidsanalyses en warmteverliesberekeningen.


“Ik ben verkocht, en nog steeds heel dankbaar dat ik deze opleiding heb kunnen doen.”

Van interesse in bouwen tot keuze voor Toegepaste Architectuur

Gerda:Dag Cuno, mijn eerste vraag is altijd: waarom ben je destijds gestart met Toegepaste Architectuur?”

Cuno:Ik had vroeger sowieso al iets met bouwen. Als kind speelde ik graag met Lego. In het middelbaar heb ik wetenschappen-wiskunde gedaan, maar daarna wist ik eigenlijk niet zo goed wat ik wilde doen. Ik ben eerst industrieel ingenieur gaan studeren aan campus De Nayer in Sint-Katelijne-Waver. Dat begint met een basisopleiding van anderhalf jaar, waarna je een richting kiest.

Maar ik ben daar gestopt omdat het voor mij veel te theoretisch was. Bovendien was het ook de periode van corona, waardoor alles nog wat moeizamer verliep. Ik wilde eigenlijk meer praktische dingen leren, en dat kwam daar niet echt aan bod. Daarom ben ik verder gaan zoeken naar een andere opleiding.

Samen met een vriend hebben we verschillende opleidingen bekeken via Onderwijskiezer, en daar stuitte ik op Toegepaste Architectuur.

Ik heb de webpagina goed gelezen en het leek mij echt iets voor mij. Die combinatie van theorie en praktijk sprak me meteen aan. Daarna ben ik naar de laatste infodag in september gegaan. Daar kon ik enkele projecten bekijken en ook de cursussen inkijken. Dat heeft me echt overtuigd. Ik was verkocht en heb mij meteen ingeschreven. En nu ben ik eigenlijk heel dankbaar dat ik die opleiding heb kunnen doen.”

Een stage die bleef plakken

Gerda:Je had dan wel al wat voorkennis door die basisopleiding industrieel ingenieur. Maar in Toegepaste Architectuur zit inderdaad meer praktijk, onder andere door de stages. Hoe verliepen die?”

Cuno:In het derde jaar liep ik zeven maanden stage, werkplekleren, een lange periode waarin ik echt kon meedraaien in een bureau.

In het begin moest je solliciteren, en dat was op zich al een goede oefening. We kregen daar ook begeleiding bij. We moesten drie verschillende bedrijven kiezen uit een lijst. Dat zette je wel aan het denken: wat wil ik precies doen en waar liggen mijn interesses?

Uiteindelijk kon ik bij alle drie de bedrijven starten waar ik had gesolliciteerd. Ik heb dan gekozen voor Bureau Bouwtechniek om mijn stage te doen. De werkomgeving sprak me aan en ook het feit dat ze met grote en bijzondere projecten bezig waren.”

Gerda:Wat was precies je taak tijdens die stage?”

Cuno:Mijn jobomschrijving was om in het CAD-team te werken, of eigenlijk het BIM-team, zoals ze dat nu noemen. Dat was ook iets wat mij interesseerde.

Ik heb daar mijn volledige stage van zeven maanden gedaan. Eigenlijk is het meer werkplekleren dan een klassieke stage. Door die lange periode kreeg ik ook een goed beeld van hoe het bureau georganiseerd was. Bovendien lieten ze toe dat je van verschillende expertises kon proeven, ook van zaken die we tijdens de opleiding niet in volledig detail hadden gezien. Bijvoorbeeld verschillende aspecten van duurzaamheid of thema’s zoals brandveiligheid.

Zo heb ik voor mezelf ook ontdekt dat bepaalde dingen mij meer lagen dan andere. Uiteindelijk ben ik ook mee in het team Duurzaamheid, Energie en Comfort, het DEC-team zoals ze dat hier noemen, terechtgekomen. Tegelijk bleef ik ook nog in het BIM-team werken, omdat ik voor mijn opleiding een onderzoeksvraag moest uitwerken.
Daarvoor moest ik onder andere EPB-berekeningen maken volgens een bepaald proces. Ik heb onderzocht of er een efficiëntere manier was om BIM daarvoor te gebruiken binnen het bureau.”

Toegepaste Architectuur

“Ik heb kunnen proeven van verschillende expertises en ontdekt wat mij écht ligt.”

Onderzoek dat uitgroeide tot een job

Gerda:En dat onderzoek, was dat dan ook voor de opleiding?”

Cuno:Ja, deels wel. Voor de opleiding moesten we ook een onderzoeksvraag uitwerken. Maar ik dacht: ik wil niet iets helemaal los of afgebakend doen. Ik wilde liever iets onderzoeken dat ook binnen mijn interesses lag én nuttig was voor het bureau. Daarom heb ik gevraagd of ik mijn onderzoek binnen Bureau Bouwtechniek kon doen. Zo ben ik uiteindelijk bij dat onderwerp terechtgekomen.

Ze hebben mij daarin heel goed begeleid. Misschien ook omdat ik er wat meer tijd voor had en het tegelijk voor de opleiding was, mocht ik er elke week één dag aan werken en meedenken. Daardoor heb ik echt grote stappen kunnen zetten in dat onderzoek. Ik ben er helemaal ingerold. Ondertussen is dat proces bijna afgerond en gaan we het ook effectief beginnen gebruiken binnen het DEC-team.

Na die zeven maanden stage heb ik aangegeven dat mijn interesse vooral bij duurzaamheid lag. Toen hebben ze hier gezegd: “Je mag blijven, want we vinden jou ook goed.” En ondertussen werk ik hier nog altijd, en dat is natuurlijk heel fijn.”

 

“Ik wilde liever iets onderzoeken dat ook binnen mijn interesses lag én nuttig was voor het bureau.”

En met Stefan De Feyter had ik ook lessen over duurzaamheid. Hij vertelde daar altijd heel enthousiast over, en daardoor ben ik zelf ook echt geïnteresseerd geraakt in dat thema.

De opleiding als stevige basis

Gerda:Je hebt dus enorm veel geleerd door dat werkplekleren, maar ook tijdens de opleiding zelf. Aan welke vakken uit je opleiding heb je het meeste gehad?”

Cuno:Er zijn eigenlijk heel veel vakken die ik nu nog gebruik. Voor mij was de opleiding echt de perfecte voorbereiding.
Bouwtechnologie en Virtueel Bouwen bijvoorbeeld, maar ook het vak Projectatelier, waar alles samenkwam. Dat was voor mij ideaal. Je krijgt vooral een brede, algemene kennis, en dat is belangrijk, want je weet op voorhand niet in welk bureau je later terechtkomt.”

“Projectatelier laat je je theoretische kennis echt toepassen in de praktijk.”

“Het werken met modelleersoftware tijdens de opleiding is natuurlijk ook heel handig als je in een BIM-team terechtkomt. Je leert niet alleen gebouwen modelleren met software, maar ook hoe je die modellen slim kan gebruiken om projecten te beheren.

En met Stefan De Feyter had ik ook lessen over duurzaamheid. Hij vertelde daar altijd heel enthousiast over, en daardoor ben ik zelf ook echt geïnteresseerd geraakt in dat thema.

Tijdens het tweede jaar, in het tweede semester, hadden we ook een bijzonder project in Geel. Daar moesten we een circulaire gevel die door een middelbare school op een demonteerbare manier was gebouwd en daarna weer afgebroken, opnieuw opbouwen. Eerst moesten we die gevel analyseren: hoe zat hij in elkaar, en welke materialen konden we hergebruiken? Daarna moesten we een systeem bedenken om hem opnieuw op te bouwen, met aandacht voor duurzaamheid.
We hebben toen ook BIM gebruikt om alle materialen goed te inventariseren. Daarna moesten we die gevel zelf opnieuw opbouwen. Ik had nog nooit gemetst, dus dat was echt een bijzondere ervaring. Maar het was ook heel leuk om te doen, omdat je zo echt begrijpt hoe bouwdetails in elkaar zitten, en niet alleen op een tekening.”

Gerda:En doe je vaak werfbezoeken?”

Cuno:Af en toe doe ik wel eens een plaatsbezoek of een werfbezoek, maar niet zo heel vaak. Ik heb gekozen om in het DEC-team te werken, en in dat team staan we minder op werven omdat dat voor ons werk niet altijd noodzakelijk is. Er zijn andere teams binnen het bureau die dat veel vaker doen.”

“Op vrijdagen is er een kennis- en leermoment, dan delen collega’s uit andere teams hun ervaringen uit de praktijk.”

“Toch zijn er binnen het bureau wel initiatieven waardoor we in contact blijven met wat er op de werven gebeurt. Zo hebben we bijvoorbeeld vaak op vrijdag een kennis- en leermoment. Dan delen collega’s uit andere teams hun ervaringen uit de praktijk. Ze vertellen over werfbezoeken, tonen foto’s of filmpjes en leggen uit wat er goed ging of net misliep. Soms gaat het bijvoorbeeld over een schadegeval, of over typische fouten die vaak voorkomen. Dat zijn dan meteen aandachtspunten waar wij ook uit kunnen leren.

Soms geeft een collega les over details aan de jongere collega’s. Dat is ook heel interessant. Op die manier blijven we allemaal werken aan onze kennis en blijven we mee met nieuwe technieken en toepassingen.”

Leren van de werf, ook zonder er elke dag te staan

Werken tussen architect en aannemer

Gerda:Wat is je functie precies? Hoe zou je die omschrijven?”

Cuno:Officieel ben ik projectassistent duurzaamheid, maar binnen het bureau kijken we eigenlijk niet zo hard naar titels. We hebben een vrij vlakke organisatie, zonder echte hiërarchie.

Misschien kan ik het beter uitleggen met een voorbeeld van wat mijn werk inhoudt. Zo zijn we bijvoorbeeld bezig met de renovatie van het Begijnhof van Antwerpen. Dat zijn allemaal kleine, oude huisjes met beschermde gevels, en daar komt natuurlijk heel wat bij kijken. De vraag is dan bijvoorbeeld: hoe kunnen we die gebouwen energetisch performanter maken? Kunnen we de gevels isoleren of niet, en hoe doe je dat bij beschermd erfgoed? Dat vraagt veel onderzoek en analyse.

Daarnaast hebben we ook een andere tak binnen het team die zich bezighoudt met grotere of meer complexe nieuwbouwprojecten. Daar doen we bijvoorbeeld EPB-berekeningen en geven we advies over energieprestaties.

Nog een andere activiteit is het geven van duurzaamheidsadvies via TOTEM. Dat is een tool die de milieu-impact van materialen berekent, en die geldt voor de drie gewesten in België. Daar zijn we binnen het bureau vrij sterk in. We geven er opleidingen over en ondersteunen ook andere architectenbureaus bij het gebruik ervan.”

“We staan vaak tussen architect en aannemer in, en verbinden die werelden.”

“Wij zijn eigenlijk niet echt een typisch ontwerpbureau. Je zou ons eerder een uitvoerend architecten- en studiebureau kunnen noemen. We staan vaak een beetje tussen de architect en de aannemer in, en proberen die twee werelden met elkaar te verbinden.”

Bouwen mét de natuur

Gerda:” Ik heb ook even op jullie website gekeken. Wat is eigenlijk natuurinclusief bouwen?”

Cuno: “Natuurinclusief bouwen betekent dat we bij het ontwerpen van een gebouw ook bewust ruimte maken voor natuur en biodiversiteit. Een gebouw is dan niet alleen een plek voor mensen, maar kan ook een kleine schakel zijn in een groter ecologisch netwerk.

Binnen Bureau Bouwtechniek proberen we natuur zoveel mogelijk te integreren in onze projecten. We hebben zelfs een aparte dienst die zich daarmee bezighoudt en ook verder onderzoek doet. Het idee is dat het gebouw en de natuurlijke omgeving echt één complementair geheel vormen.”

“Natuurinclusief betekent dat gebouw en omgeving één complementair geheel vormen.”

“We vertrekken daarbij altijd vanuit de context. We kijken eerst naar wat er al leeft in de omgeving en stemmen ons ontwerp daarop af. Dat kan bijvoorbeeld door nestplaatsen te voorzien voor bepaalde vogelsoorten, of door rekening te houden met vleermuizen. Sommige vleermuizen verblijven graag in spouwmuren, zonder schade aan te brengen, en daarvoor kunnen we speciale inbouwstenen of systemen voorzien waarin ze kunnen nestelen.

Wij onderzoeken momenteel hoe we zulke oplossingen bouwtechnisch kunnen integreren in verschillende gevelsystemen. Daar proberen we echt een pioniersrol in te spelen, en we merken dat dit thema stilaan in steeds meer projecten terugkomt.

Op die manier kijken we dus niet alleen naar hoe een gebouw werkt voor mensen, maar ook hoe het past in zijn omgeving, inclusief voor dieren. Het is nog een relatief nieuw thema, maar wel een heel interessant.”

“Bureau Bouwtechniek is pionier in het bouwtechnisch integreren van fauna in gebouwen.”

Circulair denken en future-proof bouwen

Gerda:Dat klinkt inderdaad heel interessant. Zijn jullie ook bezig met circulair bouwen? Het zijn toch vrij innovatieve zaken waar jullie mee werken.”

Cuno:Ja, daar hebben we zeker ook al veel kennis over opgebouwd, al is het nog niet helemaal alledaags. Architecten zijn zich er wel steeds meer van bewust. Wij geven er ook advies over en doen er onderzoek naar.

Er was bijvoorbeeld een groot publiek gebouw in Antwerpen dat misschien gesloopt zou worden om plaats te maken voor nieuwbouw. In zo’n geval starten wij eerst met een vooronderzoek. Stel dat het gebouw gesloopt wordt: hoe doen we dat dan? Moet alles gesloopt worden? Is dat economisch de beste oplossing? En wat is de impact op het milieu?

Daarna bekijken we alternatieven. Wat als we bijvoorbeeld alleen de structuur behouden en de rest slopen? Dan is de milieu-impact waarschijnlijk al kleiner. Maar er is ook nog een derde mogelijkheid: het gebouw helemaal niet slopen, of het gecontroleerd ontmantelen en materialen recupereren. Die materialen kunnen dan bijvoorbeeld naar opslagplaatsen gebracht worden die ze opnieuw verkopen, zoals Rotor. Daar is tegenwoordig veel vraag naar.

Dat hele proces vraagt veel denkwerk. We maken analyses en berekeningen om te kijken of onze voorstellen ook echt kloppen. Stel dat we een gebouw hergebruiken en daar veel tijd en energie in steken, maar het blijft uiteindelijk niet zo lang meer staan, dan moet je je ook afvragen of dat de moeite waard is. Soms is het beter om alleen de elementen te behouden die echt waardevol zijn.”

Gerda:” Het lijkt me wel bijzonder dat je op die manier mee kan nadenken over de toekomst, en over nieuwe toepassingen met een lagere milieu-impact. Dat is toch heel innovatief.”

Cuno:Ja, dat zit wel een beetje in het DNA van ons bureau: innovatief proberen te zijn. Soms krijgen we bijvoorbeeld een vraag van een opdrachtgever die een renovatie wil die echtfuture proof is.

Zo hadden we eens een gebouw van een Brico-winkel in Wallonië dat gerenoveerd moest worden. Wij hebben daar verschillende innovatieve oplossingen voorgesteld die beter scoren op vlak van milieu-impact. De opdrachtgever was daar heel enthousiast over.

We zijn bijvoorbeeld gaan nadenken over een gevel die volledig demonteerbaar is. We hebben gewerkt met een gevelsteen die CO2 opneemt tijdens zijn levensduur en die geplaatst is zonder mortel of lijm. De stenen worden hierbij verbonden met kleine stalen verbindingsstukjes. Die metalen plaatjes houden naastliggende stenen samen en kunnen later ook opnieuw gebruikt worden. Op die manier wordt de milieu-impact kleiner en blijft het gebouw veel flexibeler voor de toekomst.”

“Future proof betekent dat een gebouw niet alleen energiezuinig is, maar ook flexibel en duurzaam.”

“Dus naast de vraag of een gebouw energetisch performant is, proberen we ook altijd te kijken of het gebouw echtfuture proof kan zijn. Dat kan dan ook weer inspirerend zijn voor andere opdrachtgevers.”

Nieuwsgierig blijven

Gerda:Knap dat jullie zo meedenken en dat ook echt als een uitdaging zien. Is er nog iets dat je aan onze jonge studenten zou willen meegeven?”

Cuno:Voor je in het werkveld stapt, is de opleiding heel belangrijk. Op school krijg je de kans om creatief na te denken en oplossingen te zoeken. Zelfs als je nog niet alles weet, kan je toch iets toevoegen. Een frisse blik kan vaak net nieuwe inzichten opleveren.”

“Zelfs met weinig kennis kan je veel bijdragen.”

“Het is ook belangrijk om nieuwsgierig te blijven. Tijdens de opleiding krijg je een brede basiskennis. Sommige onderwerpen zullen je meer triggeren dan andere. Het is aan jezelf om te ontdekken waarin je verder wilt groeien, en daarvoor is dat werkplekleren echt belangrijk. Daar leer je enorm veel.

Ik heb zelf het geluk gehad dat ik tijdens mijn stage een lange periode bij hetzelfde bureau kon werken. Daardoor merkte ik dat ik daar echt ben gegroeid.”

Gerda: “Bedankt, Cuno, voor je tijd. Ik leer zelf ook telkens weer bij, over duurzaamheid, circulair bouwen en innovatieve toepassingen. Het is inspirerend om te zien hoe theorie en praktijk elkaar bij jou zo goed versterken en hoe je van je werk echt een verschil kunt maken.”

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van ID&A of laat je inspireren door ons stoefboek.

Toegepaste architectuur in dagtraject

Professionele bachelor

Als architectuur je altijd al heeft geïntrigeerd, is de opleiding Toegepaste Architectuur dé perfecte stap voor jou! Tijdens deze opleiding groei je uit tot de schakel tussen opdrachtgever, architecten en aannemers.
De prof. bachelors in de Toegepaste Architectuur zijn veelzijdige bouwprofessionals die bouwprojecten mee helpen verwezenlijken. Ze werken ontwerpen uit met aandacht voor architecturale waardes en maken ze bouwrijp. Steeds met een bewuste ecologische voetafdruk.

Meer info over Toegepaste architectuur

Privacy Preference Center