Gesprek met Hanne Hofmans – alumnus Interieurvormgeving( (IV afstudeerjaar 2008)
Hannemans:
met handen, hart en hout
Docent Gerda Van Wijck in gesprek met Hanne Hofmans – leestijd 4 min.
Een gesprek met Hanne, alumna Interieurvormgeving (2008) en oprichtster van meubelmaakbedrijf Hannemans.
Mijn laatste bezoek voert mij opnieuw naar de Kempen. Voor de deur van haar rustige woning staat een camionette, veelzeggend voor iemand die hier woont. Hanne ontvangt mij hartelijk via de achterdeur, de thee staat al klaar. Ze leidt mij meteen rond, want haar atelier bevindt zich helemaal achterin de tuin. Wat op het eerste gezicht op een garage lijkt, blijkt een lang bijgebouw te zijn dat vroeger dienst deed als thuishaven voor een boogschuttersclub. Toen het huis te koop stond, gaf dit bijgebouw de doorslag: Hanne zag er meteen haar toekomstige atelier in. Een atelier waar ze maatwerk én artistieke objecten creëert. We nemen uiteindelijk plaats op een bankje buiten, tussen de weelderig groeiende sla, kolen en papavers.
Dat waardeerde ik ook aan de opleiding: er werd echt gekeken en geluisterd naar je ideeën, eerder dan dat het louter om esthetiek draaide.

Ik maakte een krukje van samengeperste colablikjes die ik overal had verzameld, onder andere bij de frituur hier in het dorp
OVER DE OPLEIDING
Gerda: “Waarom ben je indertijd bij ons op school komen studeren?”
Hanne: “Ik wou iets creatiefs doen, met de nadruk op het effectief maken van dingen. Ik had de richting Technisch-Wetenschappen gevolgd, maar daar kwamen geen creatieve vakken aan bod. Wel volgde ik die periode de tekenacademie, maar ik merkte al snel dat ik echt dingen wilde ontwerpen en creëren, thuis veranderde ik regelmatig mijn kamer en schilderde ik. Via een eindejaarstentoonstelling leerde ik de school in Mechelen kennen, en het leek mij meteen mijn ding.
Tijdens de opleiding deed ik eigenlijk alle vakken graag, maar de praktijkvakken spraken mij het meest aan. Het eerste jaar was soms wat abstract, maar dat vond ik juist leuk. Ik slaagde steeds, en af en toe had ik zelfs uitstekende punten. Kunstgeschiedenis vond ik zwaar, maar het was zeker een interessant vak, vooral de meubelgeschiedenis.”
Gerda: “In het tweede én derde jaar kreeg je ook meubelontwerp. Was je toen al geïnteresseerd in meubelmaken?”
Hanne: “Dat was voor mij zeker interessant en nieuw. In het tweede jaar herinner ik mij een opdracht waarbij we een krukje moesten maken met een zelf gevonden materiaal, dat stevig genoeg moest zijn om op te zitten. Ik maakte er een van samengeperste colablikjes die ik overal had verzameld, onder andere bij de frituur hier in het dorp. In het derde jaar bestond mijn eindwerk uit een soort metalen frame met stoffen zakken eraan bevestigd. Door het frame open te trekken, spanden drie zakken zich op als bergzakken, zodat je er van alles in kon steken. De grootte van het frame werd zo bepaald door de inhoud en dat stuk heb ik grotendeels thuis gemaakt, samen met mijn vader.
Als ik er nu op terugkijk, vind ik het niet bijzonder esthetisch. Maar ik kreeg er goede punten voor, het concept werd duidelijk gewaardeerd. Dat waardeerde ik ook aan de opleiding: er werd echt gekeken en geluisterd naar je ideeën, eerder dan dat het louter om esthetiek draaide.”
OVER DE WEG NAAR ZELFSTANDIGHEID
Gerda: “Heb je daarna nooit overwogen om de VOMO te doen?”
Hanne: “Eigenlijk wel, achteraf bekeken had het een logische volgende stap geweest, maar op dat moment had ik genoeg van studeren en zin om de handen uit de mouwen te steken. Ik vond vrij snel werk bij Camber, een bedrijf dat maatmeubilair maakte. Toch had ik mij dat werk iets anders voorgesteld: het bestond voornamelijk uit in de toonzaal staan, klanten ontvangen en kasten uitwerken. Na verloop van tijd werd het te eentonig. Het was heel anders dan op school, weinig creatief eigenlijk, en dat miste ik.
Na anderhalf jaar nam ik ontslag en startte ik de avondopleiding meubelmaker bij Syntra, die ik zeer leerrijk vond. Dankzij mijn achtergrond als ontwerper kon ik ook veel zelf ontwerpen. Mijn eindwerk was een salontafel in massief hout die ik nog steeds in mijn living heb staan. Ondertussen deed ik kleine jobkes, o.a. werken in een kledingszaak, om de kost te verdienen.
Daarna werkte ik bij een bedrijf dat inrichtingen op maat maakte voor rusthuizen, dankzij mijn diploma meubelmaker mocht ik in het atelier meedraaien. Daar heb ik vlot leren werken met al de machines, al bevond ik mij in een uitgesproken mannenwereld. Twee jaar later stapte ik over naar Bi Wood, dat meer gevarieerde maatinrichtingen maakte. Daar werkte ik eerst in het atelier en ging ik ook mee plaatsen. Ik nam bovendien veel houtrestanten mee naar huis, die ik hergebruikte om kleine meubeltjes van te maken. Geleidelijk aan groeide dat uit tot iets wat ik echt graag deed. Na mijn eerste zwangerschap werkte ik deeltijds en werkte ik ook mee aan de ontwerpen en de voorbereidingen voor uitvoeringen. Ik kreeg ook meer eigen opdrachten voor maatmeubilair. Ik werkte al als zelfstandige in bijberoep en besliste uiteindelijk om volledig verder te gaan onder de naam Hannemans.”

Ik nam bovendien veel houtrestanten mee naar huis, die ik hergebruikte om kleine meubeltjes van te maken. Geleidelijk aan groeide dat uit tot iets wat ik echt graag deed.

Mijn eindwerk was een salontafel in massief hout die ik nog steeds in mijn living heb staan.
Het brengt een vorm van vrijheid met zich mee. En het geeft ook heel veel vertrouwen als klanten speciaal voor mijn stijl naar mij komen
Gerda: “Dat is moedig. Vond je dat niet moeilijk?”
Hanne: “Eigenlijk niet. Ik kom uit een familie van zelfstandigen, mijn vader is tuinaanlegger en ik heb thuis gezien hoe dat werkt en hoe je je tijd indeelt. Het brengt ook een vorm van vrijheid met zich mee. En ik heb altijd heel fijne klanten gehad: er was een goede communicatie, het klikte steeds. Ik vind het belangrijk dat een ontwerp bij de bewoners past, dat het klopt. Maar het geeft ook heel veel vertrouwen als klanten speciaal voor mijn stijl naar mij komen of als mensen voor wie ik in een eerste woning kasten op maat maakte, jaren later opnieuw bij mij aankloppen voor hun nieuwe huis. Het brengt een vorm van vrijheid met zich mee en na al die jaren is terugkerend vertrouwen van klanten het mooiste compliment.”
OVER DUURZAAMHEID EN MATERIAAL
Gerda: “Dat recycleren en duurzaam ontwerpen, doe je dat nog steeds?”
Hanne: “Ja absoluut, ik probeer zoveel mogelijk met restmateriaal te werken. Er was een periode dat ik dit in elk klantenproject heel bewust wilde toepassen, maar dat bleek onhaalbaar: het blokkeert het ontwerpproces, het is soms onbetaalbaar voor klanten, en het zoeken naar materiaal kost veel tijd. Ik heb dat lang onderzocht, uiteindelijk moet je in een heel systeem stappen, en dat kon ik niet alleen. Het remde mij af, dus heb ik het losgelaten. Mijn passie ligt bij het ontwerpen, en ik gebruik het circulaire waar het kan.
De maatkasten die ik voor klanten maak moeten duurzaam zijn en lang meegaan, daarvoor kies ik degelijk plaatmateriaal, geen recupe. Maar alles wat er in mijn atelier ligt probeer ik te herbruiken voor nieuwe ontwerpen: los meubilair, objecten. Voor die projecten kan ik stellen dat ik voor zo’n 90% duurzaam werk. Ook de afwerking onderzoek ik: de samenstelling van verf of vernis, het ecologische aspect, dat vind ik echt belangrijk. En mensen in de buurt weten inmiddels dat ik overschotten van plaatmateriaal graag overneem. Ze bellen regelmatig, en het antwoord is bijna altijd ja.”
Mijn passie ligt bij het ontwerpen. Het circulaire gebruik ik waar het kan en dat is vaker dan je zou denken.


Creëren is sowieso een vorm van artistiek uiten. Ik heb beperkingen kunnen loslaten en ik probeer zoveel mogelijk van mezelf in meubelobjecten te steken.
OVER ZICHTBAARHEID EN ARTISTIEK ZELFVERTROUWEN
Gerda: “Je bent ook erg actief op Instagram met beelden en filmpjes.”
Hanne: “Ik had mijn Instagram al sinds de opstart van mijn zaak, maar de laatste jaren deel ik er bewuster beelden en filmpjes om het werkproces te tonen. Het werkt positief, en ik ben er ook in gegroeid, het heeft mij wat meer zelfzeker gemaakt. Ik heb lang getwijfeld om naar buiten te komen met wat ik deed. Nu vind ik het prettig om te tonen waar ik mee bezig ben, al is het helaas ook heel verslavend. In mijn atelier heb ik ook een kleine studio ingericht voor foto’s van mijn creaties te nemen. Klanten contacteren mij trouwens vaak via Instagram, en dat is ook mijn doel: de aandacht trekken naar het werk.
Sinds een jaar communiceer ik in het Engels, niet omdat ik persee internationaal wil gaan, maar zo leer ik andere ontwerpers kennen van over de hele wereld, en zij mij. Dat vind ik fijn, want ik werk vaak alleen in het atelier. Het geeft een soort klankbord, en vergroot ook mijn bereik. Het is letterlijk grenzen verleggen, ook sociaal.”
Dat is ook mijn doel: de aandacht trekken naar het werk.
Gerda: “Je deelt ook een meer filosofische gedachte: dat je jezelf ook als artiest beschouwt.”
Hanne: “Ik heb mij lang afgevraagd of mijn ideeën als ontwerper niet meer artistiek van aard waren. Ik begon dingen te maken die niet direct een ontwerp waren, maar die gewoon in mijn hoofd ontstonden en die ik meteen uitvoerde, zonder vooraf te schetsen. Ik vind het nog steeds fijn om met mijn handen te creëren, en hout is daarvoor een ideaal materiaal. Ik start met een tekening op het hout, zaag die eruit met een figuurzaag, schaaf daarna alles glad en zo komen zowel het hout als de tekening steeds beter tot hun recht, tot er een vorm ontstaat die ik mooi vind. Vaak zijn dat organische vormen, want massief hout leent zich daar perfect voor. Dat organische vind je ook terug in mijn meubelontwerpen.
Ik zie design en kunst wel als iets verschillend, het proces is helemaal anders, bij mij toch, ik zie kunst als een uiting zonder er op voorhand veel over te redeneren, het komt haast vanzelf. Creëren is sowieso een vorm van artistiek uiten. Ik heb beperkingen kunnen loslaten en probeer zoveel mogelijk van mezelf in meubelobjecten te steken. Soms worden het artistieke sculpturen zonder functie. Dat proces, dat durven, heeft wel wat tijd gevraagd.”
Gerda: “Je deed ook mee aan het Wonder Festival in Kortrijk?”
Hanne: ”Ja, dat was met het collectief Redkettle Gallery, een online galerij die heel recent is gestart met Belgische ontwerpers en makers. Ze vroegen mij om deel uit te maken van de groep, en ik ben er al bij van het begin. Voor het Wonder Festival hebben we twee jaar kunnen meedoen, en dat was een mooie ervaring.”
Gerda: “De muziek in je filmpjes is altijd prettig gekozen. Vertel.”
Hanne: “Het zijn bestaande liedjes die ik passend vind bij de beelden. Maar muziek is ook een andere passie: ik zit in een band, Alasko, en ik vind het heerlijk om op een podium te staan, het geeft mij een prettig gevoel. Ik zing, schrijf mijn eigen liedjes, speel gitaar en maak ook videoclips voor de band. Tijdens mijn studies deed ik dat al, toen met een andere band, bijna elk weekend optredens, dat was pittig maar het maakte mijn hoofd leeg. We treden nog steeds geregeld op.
Soms is het zwaar om te combineren met een drukke werkperiode, maar ik zou het niet willen missen. Ik heb ook losgelaten dat er per se een balans moet zijn, die balans beweegt altijd. De ene keer concentreer ik mij op mijn ontwerpen, de andere keer op mijn muziek. Soms is het chaotisch, maar het overweldigt mij niet. Het zijn twee manieren om mij uit te drukken, en dat is de rode draad in mijn leven. Het geeft energie. Het is een proces van zelfontwikkeling.

Voor mij telt vooral de vrijheid: als ontwerper ben ik blij dat ik mijn eigen ideeën kan realiseren in mijn favoriete materiaal, hout.
foto: Josefien Tondeleir
OVER INSPIRATIE EN ADVIES
Gerda: “Waar haal jij inspiratie uit? Wie inspireert jou?”
Hanne: “Ik heb geen vaste inspiratiebron, ik kijk naar wat ik mooi vind. Ik volg Dries Otten en Axel Vertommen heel graag, dat is ook een beetje mijn stijl: veel kleur, veel leven. Ik gebruik zelf ook veel kleur in mijn ontwerpen, gecombineerd met organische vormen. Dat heeft er altijd al ingezeten. En tijdens mijn studies heb ik Zaha Hadid leren kennen, haar specifieke vormgeving vind ik ook nog steeds fascinerend.”
Gerda: ”Krijg je als vrouwelijke meubelmaker wel eens opmerkingen? ”
Hanne: “Vroeger veel meer, tegenwoordig valt dat mee. Als ik projecten ga plaatsen, doe ik dat met 2 onderaannemers, en dan komt het wel eens voor dat ze er vanuit gaan dat ik de stagiaire ben ipv de zaakvoerder. Gelukkig steunen mijn omgeving en familie me onvoorwaardelijk. Fysiek is het soms zwaar, maar het is een ambacht die iedereen kan leren. Voor mij telt vooral de vrijheid: als ontwerper ben ik blij dat ik mijn eigen ideeën kan realiseren in mijn favoriete materiaal, hout.”
Gerda: “Heb je nog tips voor studenten? Zou je de opleiding aanraden?”
Hanne: “Durf op jezelf te vertrouwen, dat is de essentie. Voel waar je energie en plezier van krijgt, en vertrouw dat gevoel. Doe dingen waar je goesting voor hebt, blijf nieuwsgierig, onderzoek hoe dingen in elkaar zitten en blijf kritisch. Ik heb de opleiding in Mechelen met veel plezier gevolgd. Ik heb er veel geleerd, maar vooral heb ik er het creatieve in mezelf ontdekt.”
Durf op jezelf te vertrouwen. Voel waar je energie en plezier van krijgt, en vertrouw dat gevoel.
Nadat Hanne me nog wat tuintips geeft, neem ik afscheid. Haar verhaal werkt enorm inspirerend voor jonge ontwerpers. Wie haar Instagram-posts bekijkt, ziet meteen hoeveel plezier ze beleeft aan haar job én aan muziek. Een creatieve en ontzettend toffe combinatie!
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van ID&A of laat je inspireren door ons stoefboek.
Lees meer inspirerende alumniverhalen
Toegepaste architectuur in dagtraject
Professionele bachelor
Als architectuur je altijd al heeft geïntrigeerd, is de opleiding Toegepaste Architectuur dé perfecte stap voor jou! Tijdens deze opleiding groei je uit tot de schakel tussen opdrachtgever, architecten en aannemers.
De prof. bachelors in de Toegepaste Architectuur zijn veelzijdige bouwprofessionals die bouwprojecten mee helpen verwezenlijken. Ze werken ontwerpen uit met aandacht voor architecturale waardes en maken ze bouwrijp. Steeds met een bewuste ecologische voetafdruk.











