Dries Truyers
Van interieurvormgeving tot materiaalonderzoek, ontwerp en onderwijs. Het leven is aan de durver.
Docent Gerda Van Wijck in gesprek met Dries Truyers – leestijd 7 min.
Ik ben op weg naar Houthalen, waar Dries Truyers (oud IV en VOMO student – afstudeerjaar 2023) een atelier heeft om zijn meubelontwerpen te maken én vooral om te experimenteren met materialen. Dat experimenteren zit diep in zijn achtergrond. Ik verwacht ook een strak uitgestippeld traject, hij rijgt de diploma’s aan elkaar, maar al snel blijkt het tegenovergestelde waar: Dries’ parcours is opgebouwd uit omwegen, toevalligheden en last-minute beslissingen die telkens nieuwe inzichten opleveren.

Ik ben eigenlijk niet zo handig en had niets met houtbewerking gedaan.
Gerda: “Waarom ben je na het middelbaar gestart met de opleiding interieurvormgeving bij ons?”
Dries: “Ik heb in het middelbaar Techniek Wetenschappen gevolgd. Eigenlijk werd ik klaargestoomd om laborant te worden. Ik deed stage als jobstudent in een waterzuiveringsstation, en dat was zó saai… toen wist ik: dit is niets voor mij. Ik begon te denken aan architectuur en ging naar een SID-in beurs in Genk, bij UHasselt. Hun stand was gigantisch, met een ellenlange rij.
Daar werd ik aangesproken door Vittorio Simoni van interieurarchitectuur. Zo ontdekte ik dat ik niet alleen geïnteresseerd was in het technische, maar ook in het vormelijke. Op diezelfde beurs bezocht ik ook Thomas More, id&a, wat mij eveneens aansprak. Ik ging naar infodagen op beide scholen. In Diepenbeek lagen plannen en maquettes, maar ik miste wat warmte. In Mechelen was het echt een tentoonstelling. Ik sprak daar met Annick Dewael, dat was een heel fijn gesprek. Daarna bezocht ik ook de eindejaarstentoonstelling, en toen was ik helemaal overtuigd.”
Gerda: “Was je toen al bezig met het idee om meubelontwerper te worden?”
Dries: “Nee, helemaal niet. Ik wilde echt interieurvormgeving doen. Ik ben eigenlijk niet zo handig en had niets met houtbewerking gedaan. In mijn eerste jaar zaten we met negen jongens in de groep, acht hadden houtbewerking gevolgd… behalve ik. Iedereen denkt nu dat ik dat wel gedaan heb, maar dat klopt dus niet.”
“Experimenteren met materiaal heeft alles in gang gezet.”
Gerda: “Hoe heb je dat eerste jaar ervaren?”
Dries: “De eerste dag was ik wel wat verschoten. We gingen naar de Verbeke Foundation, een heel atypisch museum, het toont vooral experimentele, conceptuele en ook ietwat choquerende kunst vond ik.
In het eerste semester ontwierpen we eigenlijk nog geen interieurs. Alles was vrij abstract, maar dat vond ik niet erg. Je leert creatief denken, en dat heeft me enorm geholpen.
Het jaar zelf verliep redelijk rustig. Mijn punten waren goed, niet extreem. Veel studenten hadden het moeilijk. En dan brak in maart corona uit. Van de ene dag op de andere was alles online. Ik zat op kot met internationale studenten die één voor één naar huis gingen. Uiteindelijk zat ik daar alleen.
Het lastigste vond ik de computervakken zoals Vectorworks en Photoshop. Er werd goed lesgegeven, maar online was het moeilijk: je moest tegelijk luisteren en je scherm delen, waardoor je instructies miste. In het tweede jaar heb ik daarom een tweede scherm gekocht. Theorievakken gingen online wel oké, maar live is er toch meer dynamiek. Ik herinner me bijvoorbeeld Kris Mees die plots boven op een tafel ging zitten om te tonen hoe je op een stoel moest zitten, dat soort momenten mis je online.”

“Het proces was vaak interessanter dan het resultaat.”
Gerda: “In het tweede jaar kreeg je ook het vak meubel. Dat was nieuw voor jou?”
Dries: “Absoluut. De eerste opdracht was een soort geschenk ontwerpen en maken voor een medestudent, met een bestaand MDF-profiel van anderhalve meter, bekleed met goudkleurig HPL, dat we kregen van een beursstand. Mijn medestudent wilde een lamp en hield van katten, meer houvast had ik niet.
Ik vond dat goud nogal kitscherig en besloot, met die kat in mijn achterhoofd, om het goudlaagje eraf te schuren met een schuurband. Toen voelde ik al dat dat experimenteren met materiaal me enorm boeide.”

Door onderdelen in elkaar te zetten, probeerde het hout zich terug recht te trekken, waardoor alles stevig vast kwam te zitten.

Door het te verwarmen kon ik de plaat buigen en zo ontwierp ik een zitmeubel en bureau in één vloeiende vorm.
Gerda: “En was je medestudent tevreden?”
Dries: “Het proces was interessanter dan het resultaat. Bij anderen zag ik echt verfijnde ontwerpen, zoals een mooie vioolstander. Dit was zeker niet mijn beste ontwerp.
De tweede opdracht was individueel: een constructieve oefening. We moesten een meubel maken uit één halve triplexplaat, volledig opgebruikt, zonder lijm, schroeven of nagels. Alleen het materiaal zelf mocht de constructie vormen. Ik koos voor een krukje.
Ik begon opnieuw te experimenteren. Ik legde het hout in warm water zodat ik het kon buigen. Door onderdelen in elkaar te zetten, probeerde het hout zich terug recht te trekken, waardoor alles stevig vast kwam te zitten. Hier kwam mijn laborant-achtergrond weer naar boven: het werd een vormstudie over stevigheid.
Tijdens de jury ging een docent er vrij brutaal op zitten om te testen of het doorzakte. Gelukkig bleef het staan. En heeft het op de eindejaarstentoonstelling gestaan.
De derde opdracht, was ook nog tijdens Corona, was een groepswerk en moest coronaproof zijn. Ik herinnerde me uit mijn labo-ervaring dat UV-licht gebruikt wordt om virussen en bacteriën te doden. We ontwierpen een doosje waarin je gsm, horloge en juwelen kon ontsmetten. De vorm werd een schelp, maar dat vond ik achteraf wat te kitscherig.
Voor de laatste opdracht kregen we volledige vrijheid. Het object moest bedoeld zijn voor onze eigen kamer. Ik woonde toen in een piepklein kamertje onder het dak, zonder plaats voor een bureau. Ik wilde een compact meubel ontwerpen bestaande uit stoel-bureau uit restmaterialen.
Ik onderzocht Smile Plastics, maar dat bleek onbetaalbaar, toen waren ze nog gevestigd in Engeland. Via Govaplast, een bedrijf hier in de buurt, dat gerecycleerd polypropyleen gebruikt, kon ik lokaal materiaal verkrijgen. Door het te verwarmen kon ik de plaat buigen en zo ontwierp ik een zitmeubel en bureau in één vloeiende vorm. De materiaalkost bedroeg slechts 240 euro. En het meubel heeft ook op de tentoonstelling gestaan.”
Ben zei tegen mij: “Van u geloof ik echt dat jij dat gaat doen.” Dat heeft mij enorm bevestigd.
Gerda : “Dat experimenteren heeft duidelijk iets in gang gezet.”
Dries: “Zeker. In het derde jaar heb ik de Meubel studio gekozen. Maar de echte duw kwam ook in het derde jaar. We moesten een huisstijl ontwerpen voor het vak Creatieve Communicatie en vertellen waar we onszelf binnen tien jaar zagen. Ben Verbruggen begeleidde mij toen. Veel studenten zeiden dat ze iets met duurzaamheid wilden doen. Ben zei tegen mij: “Van u geloof ik echt dat jij dat gaat doen.” Dat heeft mij enorm bevestigd.
In het derde jaar werkte ik het hele jaar aan mijn bachelorproef. Ik wilde mijn eigen materiaal maken dat biobased was. Ik testte met eierschalen, citrus- en appelsienschillen, en kwam uiteindelijk bij mycelium terecht. Er was toen nog weinig over bekend.
Ik maakte een mal in Acrylic One, omdat dat steriel leek. Alles moest zes tot acht weken groeien. Anderhalve week voor de jury haalde ik het uit de mal… en het viel volledig uit elkaar. Acrylic One bleek giftig voor mycelium. Ik was even in paniek.
Ik moest snel schakelen en kwam uit bij kurk. Ik ben alle cafés in Mechelen binnengelopen om wijnkurken te verzamelen. Met een grote winkeltas vol kurken begon ik dagenlang te shredden op een fiets in het werkhuis. Met biolatex lukte het wél en bleef alles stevig samenhangen, en het resultaat mocht ook op de tentoonstelling staan.”


ZwartGoud – foto Thibeau Scarceriaux

For The Now, Brussel 2025

Wonder_Festival Kortijk 2025 verwijzing BKRK award #GRONDstoffen
Gerda: “Eind goed al goed. En daarna koos je voor VOMO?”
Dries: “Ja. Ik zat voortdurend in het werkhuis, samen met veel VOMO’s. Ik zag wat zij deden en voelde: dit past bij mij. Het ontwerpproces van interieur vond ik boeiend, maar al die plannen tekenen achter de computer lag me minder. Ik schets liever en werk graag fysiek.
Ik werkte die zomer hard aan ontwerpen om te tonen dat ik gemotiveerd was. En ik werd gelukkig toegelaten.”
Gerda: “Hoe verliep dat VOMO-jaar?”
Dries: “Eerst wilde ik kunststof recycleren met zo weinig mogelijk energie, via plastic dopjes die ik verwarmde en perste. Mijn idee was een driedimensionale tafel. Daarvoor had ik een stalen mal nodig, maar een maand voor de jury bleek dat het bedrijf er nog niet aan begonnen was. Ik was weer even in paniek, the story of my life.
DriesOp de terugweg van mijn grootouders reed ik door de terrils van Houthalen, de voormalige steenkoolmijnen. Ze waren grote zwarte stenen met steenkool aan het opgraven. Na te vragen wat ze ermee gingen doen, mocht ik er elf meenemen. Een blok steen werd het onderstel van een tafel, gecombineerd met een tablet van donker massief eikenhout uit de bouwindustrie. Het concept werd goedgekeurd door de VOMO-jury en ik noemde het “Zwart Goud”. Ik maakte meteen een set tafels voor de beurs in Milaan.
Dries“>Intussen was ik zelfstandige geworden en nam ik deel aan verschillende beurzen: Contemporary Design Market, Milaan, later ook Renewal, WhatF., Design Brussels, For the Now en BKRK.”
“Ik was weer even in paniek. The Story of my live“
Gerda: “En daarna besloot je om nog eens een master te volgen.”
Dries: “Klopt. Na Milaan besefte ik dat het niet realistisch was om als zelfstandige daar meteen van te leven. Ik zocht stabiliteit, gecombineerd met ontwerpen. Interieurwerk overwogen, maar ik was bang dat ik zelf dan zou stoppen met ontwerpen.
Iemand in Mechelen zei: “Zou lesgeven niets voor u zijn?” Daarvoor had ik een master nodig. Ik dacht eerst aan beeldende kunst in Mad in Hasselt, daar zou ik nog veel aan hebben. Maar na mij geïnformeerd te hebben zou ik toch de volledige vijf jaar moeten afleggen. Dat zag ik niet zitten. Uiteindelijk schreef ik mij last minute in voor interieurarchitectuur aan UHasselt. Drie dagen later begon de introdag. Typisch voor mij.
Ik koos voor scenografie, vooral door docent Jo Klaps. Er was veel vrijheid en ik kon mijn eigen werk inzetten. En het leek mij ook iets wat ik kon gebruiken in mijn zelfstandig werk, om bijvoorbeeld mijn eigen werk ook beter en mooi te presenteren. En vervolgens volg ik nu een verkorte educatieve master om les te geven in middelbaar en hoger-onderwijs. Die opleiding focust op klasmanagement en begeleiding van creatieve processen. Volgend semester doe ik stage bij jullie, ID&A Thomas More. Ik kijk er naar uit.”

“Ik doe beurzen om mezelf deadlines op te leggen.”
Gerda: “Je schakelt de diploma’s ook aan elkaar precies. En je blijft ondertussen meedoen aan beurzen en wedstrijden?”
Dries: “Weet je waarom ik zo veel beurzen doe? Dat is ook om mezelf te dwingen te blijven ontwerpen, om mezelf telkens een deadline op te leggen. Ik zie vaak dat ontwerpers na hun afstuderen een atelier huren, een paar jaar werken, en dan uiteindelijk stilvallen. Door deel te nemen aan beurzen leg ik die druk bewust bij mezelf. En dat werkt voor mij heel goed die deadlines. Ook bij de wedstrijd van Bokrijk, bijvoorbeeld…”
Gerda: “Ja vertel nog iets over Bokrijk Vakmanschap?”
Dries: “Eigenlijk kwam mijn interesse voor Bokrijk al van kinds af aan. Het ligt hier dicht bij thuis, en in 2012 bezochten we er een tentoonstelling over de jaren ’60. Daar zag ik voor het eerst de Ball chair van Eero Aarnio. Ik was er meteen helemaal weg van en heb vijf jaar lang bij mijn ouders aangedrongen om zo’n stoel te krijgen. Ik denk dat dat bezoek mijn passie voor design en architectuur echt heeft aangewakkerd.
Later leerde ik Bokrijk Vakmanschap kennen via VOMO. We gingen er regelmatig naartoe voor lezingen en workshops, en ik ben er blijven komen. Het was niet alleen leerzaam, je leert er ook veel mensen kennen: oud-VOMO’s en gevestigde designers. Voor mij werd het ook een manier om te netwerken.
Het thema van de wedstrijd waar ik aan deelnam, heette GRONDstoffen. Iedereen ging er vanuit dat het over aarde, zand of klei zou gaan. Ik had ondertussen al ontdekt dat kurk een interessant materiaal is, vooral na mijn krukje in kurk. In overleg met de mensen van Bokrijk kon alles wat uit grondstoffen bestaat, zolang het duurzaam en economisch verantwoord is.
Mijn concept was een commercieel object volledig uit kurk. Bij mijn eerste presentatie voor de jury kreeg ik veel feedback waarmee ik aan de slag kon. Ik verbeterde het materiaal door het fijner te malen, zodat het gladder werd, en gaf het een ambachtelijk karakter door het als stampleem te verwerken: kurkkorrels werden in lagen onder druk in een vorm gebracht, met twee verschillende korrelgroottes per laag zodat de lagen zichtbaar zijn. Tussen de korrels plaatste ik een volledige wijnkurk, wat het uniek maakt.
Ik had twee coaches in Bokrijk, waaronder Roel Vandebeek, die ook bij jullie lesgeeft. Ik moest nadenken over een logo of iets herkenbaars om het mijn stempel te geven. Daar kwam de wijnkurk weer van pas: zo kan ik het object bijvoorbeeld aan wijnbars verkopen en hun logo erin graveren.
Om het geheel af te maken, voorzag ik een tablet van massief hout bovenop het kurkobject. Kurk houdt van droogte en mag niet in contact komen met water of wijn. Het tablet kan dienen om op te zitten, of omgedraaid als dienblad voor glazen of hapjes. Het krukje heb ik nu CorkCycle genoemd en is een verfijning van het eerste krukje..”


CorkCycle

Ik bewonder Eileen Gray als ontwerpster. Mijn paravant leek onbewust op een van haar ontwerpen.
“Wacht niet tot iemand het doet, doe het zelf.”
Gerda: “Goed bezig! Wat of wie hebben u nog geïnspireerd naast de Ball chair?”
Dries: “Op school waren dat zeker Ben Verbruggen en Patrick Reuvis. Zij hebben mij vaak gepusht en zeiden telkens: “Wacht niet tot iemand het doet, doe het zelf.”
Daarnaast boeit mij brutalistische architectuur enorm. De architectuur van Juliaan Lampens vind ik bijzonder: heel zuiver en eenvoudig qua vorm, vaak met slechts twee materialen, beton en hout. Ook zijn details zijn simpel maar goed doordacht. Mijn eigen ontwerpen probeer ik ook rustig en eenvoudig te houden, vooral door het beperkte materiaalgebruik: kurk en hout.
Van Tim Vrancken heb ik veel geleerd tijdens mijn stage in het laatste jaar van interieurvormgeving. Bij hem moest alles perfect zijn voordat het naar buiten ging. Ik leerde hoe belangrijk proporties zijn en dat je niets aan het toeval mag overlaten, iets waar ik zelf soms nog moeite mee heb. Maar het laat je wel zien hoe essentieel duidelijke ontwerpkeuzes zijn.
Verder bewonder ik Eileen Gray als ontwerpster. Ik heb zelf een paravant gemaakt die onbewust leek op een van haar ontwerpen. En de Ball chair blijft een grote inspiratie; ooit wil ik er nog een in een rustige kleur aanschaffen.”
En vooral: durf het werkhuis in te stappen. Door te maken leer je het meest.
Ik neem afscheid van Dries. Na tweeënhalf uur praten in zijn onverwarmde atelier ben ik behoorlijk verkleumd, maar tegelijk ook opgewarmd door zijn verhaal. Op zijn 25ste heeft hij bijna vier diploma’s op zak, niet door een strak uitgestippeld plan, maar door toevalligheden, last-minute beslissingen en momenten waarop het fout liep. Precies die mislukkingen brachten hem tot nieuwe ontdekkingen en onverwachte richtingen.
Dries’ parcours toont dat ontwerpen geen rechte lijn is, maar een reeks sprongen in het onbekende. Het leven is aan de durver, aan wie zich durft te smijten en blijft bewegen, ook wanneer het schuurt of tegenzit.
Ik kijk ernaar uit hem binnenkort op school tegen te komen, aan de koffiecorner, en te horen hoe het verder met hem gaat. Eén ding staat vast: met zijn nieuwsgierigheid, zijn gedrevenheid en zijn ervaring is Dries een bijzonder waardevolle leermeester voor jonge ontwerpers.
Gerda: “Tot slot: wat wil je meegeven aan onze studenten?”
Dries: “Geef niet te snel op als iets mislukt. Het is vaak net daar dat nieuwe kansen ontstaan. Door een mislukking in mijn bachelorproef werk ik nu met kurk.
Doe je eigen ding, luister naar feedback, maar volg ook je gevoel. Ikzelf ben ook koppig, maar ik beschouw dat als iets positief.
En met een klein budget kan je veel doen. Mijn bachelorproef kostte amper 50 euro, zonder de werkuren natuurlijk.
En vooral: durf het werkhuis in te stappen. Door te maken leer je het meest.”

WAAR ANDERS KAN HET MECHELS MEUBEL BLIJVEN VOORTBESTAAN?
WERKHUIS
Hout vraagt tijd, geduld, techniek en … flink wat oefening. Onder begeleiding kan je hier technieken uitproberen en je allereerste meubel zélf in elkaar zetten.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van ID&A of laat je inspireren door ons stoefboek.












